Binnenklimaat pijnpunt bij kinderdagverblijven

De luchtkwaliteit in de kinderopvang moet beter. Veel kinderopvanglocaties zijn gehuisvest in een oud of bestaand pand. Dat komt het binnenmilieu niet altijd ten goede. Boink, belangenvereniging van ouders in de kinderopvang, onderscheidde 5 typen gebouwen in de kinderopvang en zette op een rij welke eenvoudige oplossingen per type mogelijk zijn om de ventilatie te verbeteren. Ieder type gebouw heeft duidelijk zijn eigen ventilatieproblemen.

De kwaliteit van het binnenmilieu in de kinderopvang krijgt de laatste jaren behoorlijk veel aandacht. Uit onderzoeken van verschillende GGD’s blijkt dat de luchtkwaliteit in veel kindercentra voor verbetering vatbaar is. Zo wordt de aanwezigheid van een te hoge concentratie van allergene stoffen en kooldioxide (CO2) geconstateerd, waardoor kinderen sneller ziek kunnen worden.

Onvoldoende luchtkwaliteit kan samenhangen met een ontoereikend ventilatiesysteem en met het gedrag van de gebruikers. Een ontoereikend ventilatiesysteem betekent dat de ruimten in het kindercentrum onvoldoende kunnen worden geventileerd. Met het gedrag van gebruikers wordt bedoeld dat gebruikers het systeem onvoldoende benutten: zij sluiten bijvoorbeeld ramen of roosters of zetten deze onvoldoende open, vergeten regelmatig te luchten, gebruiken niet de juiste ventilatiestand van een systeem of laten het systeem niet vaak genoeg schoonmaken.

Maatregelen
Bij geconstateerde ondermaatse luchtkwaliteit binnen de kinderopvang moeten er uiteraard direct maatregelen getroffen worden. Financiële belemmeringen spelen daarbij echter vaak een grote rol. Een goed binnenklimaat creëren is niet altijd even gemakkelijk en kan een kostbare zaak zijn. Hele dure en ingrijpende oplossingen zullen – zeker in een tijd van bezuinigingen – ondernemers in de kinderopvang kunnen weerhouden de knelpunten in de luchtkwaliteit aan te pakken.

Vandaar dat Boink nu eerst de nadruk legt op eenvoudige oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten in de ventilatie, waarmee de luchtkwaliteit binnen een kort tijdsbestek kan worden verbeterd. Er werden vijf gebouwtypen geselecteerd die veel voorkomen in de kinderopvang en voor deze gebouwtypen zijn de meest voorkomende ventilatieproblemen beschreven.

Vervolgens zijn de mogelijke oplossingen op een rijtje gezet. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen verbeteringen van het bestaande ventilatiesysteem, eenvoudige en goedkope oplossingen en als laatste oplossingen die voldoen aan de nieuwe regelgeving voor nieuwbouw. Ook is een raming gegeven van de kosten die aan het realiseren van deze oplossingen verbonden zijn.

Omkasting of hor
Een standaard vooroorlogse basis- of kleuterschool kenmerkt zich door gevels van baksteen en grote ramen. Meestal zijn de ramen van enkel glas, soms is bij renovatie dubbel glas aangebracht. De voormalige klaslokalen hebben vaak hoge plafonds en één wand met ramen naar buiten. De toevoer van ventilatielucht vindt vaak plaats via klepramen hoog in de gevel. Afvoer van lucht ontbreekt vaak. Als mogelijke oplossingen worden gezien: het verwijderen van blokkades voor ventilatieopeningen zoals gordijnen of luxaflex, zodat de lucht ongehinderd door de opening kan stromen. Ook kan een omkasting of hor achter klepramen worden aangebracht. Dit zorgt voor een betere verdeling van de toegevoerde lucht, zodat er minder last van tocht wordt ervaren.

Gaatjesplafond
De standaard basis- of kleuterscholen (1950 – 1980) zijn voorzien van bakstenen spouwmuren. Soms zijn deze later voorzien van beperkte isolatie. Gebouwen uit het tweede deel van deze periode zijn voorzien van beperkte isolatie. De gebouwen zijn meestal gelijkvloers met een beperkte hoogte, voorzien van een plat of hellend dak. De basisscholen beschikten vaak ook over een aula of gemeenschapsruimte. Al deze ruimten komen uit op één centrale gang.

De ventilatie in dit type gebouw bestaat meestal uit natuurlijke toevoer door middel van klepramen. Afvoer is voorzien via het ganggebied of een andere gevel van de verblijfsruimte. Mogelijke oplossingen: maak toe- en afvoerpunten van de ventilatie schoon, inclusief roosters en overstroomvoorzieningen. Breng extra ventilatieroosters in de gevel of het raam aan. Wanneer bijvoorbeeld het glas wordt vervangen, kunnen tegelijkertijd extra ventilatieroosters worden aangebracht. Een gaatjesplafond zorgt voor verspreiding van de lucht over de ruimte. Daardoor wordt de kans op tocht kleiner.

Vervang filter
Kinderdagverblijven (1980 – 2000) staan meestal op zichzelf en huisvesten een kinderdagverblijf, een BSO of een combinatie van die twee. De gebouwen worden vaak natuurlijk of mechanisch geventileerd, op basis van de normen uit de toen geldende wet- en regelgeving. Vaak is mechanische afzuiging aanwezig in sanitaire ruimten, keuken, berging en inpandige ruimten.

Mogelijke oplossingen: vervang de filters van het ventilatiesysteem tijdig. Bij balansventilatie moeten de filters meestal eens in de drie maanden vervangen worden. Maak toe- en afvoerpunten van de ventilatie schoon, inclusief roosters en overstroomvoorzieningen. Maak per verblijfsruimte een afvoerkanaal voor natuurlijke of mechanische afvoer via het dak

Gebruik het rookgaskanaal
Er zijn veel kinderdagverblijven of locaties voor buitenschoolse opvang in een woonhuis of bedrijfsruimte. Gebouwen in deze categorie waren bij de bouw niet bestemd voor kinderopvang. De gebouwen worden meestal op natuurlijke wijze geventileerd. De toe- en afvoer van ventilatielucht vindt vaak plaats door het openzetten van ramen.

Mogelijke oplossingen: Gebruik het rookgaskanaal, indien aanwezig, voor afvoer van de ventilatielucht. Er kan voor mechanische afvoer een ventilator op het dak worden geplaatst. Realiseer een overstroomvoorziening van verblijfsruimte naar gang en natuurlijke of mechanische afvoer op de bovenste verdieping, zodat de lucht via het trappenhuis wordt afgevoerd. Hiervoor is een kanaal via het dak nodig.

Stel klokregeling goed in
In een moderne brede school of multifunctionele accommodatie zijn meerdere functies gehuisvest, zoals een school, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf en welzijns- en zorgfunctie. Meerdere gebruikers maken dus op uiteenlopende tijden gebruik van het gebouw. De meeste brede scholen en multifunctionele accommodaties zijn in de afgelopen tien jaar gebouwd. Mogelijke oplossingen: stel de (klok)regeling van het ventilatiesysteem goed in, als deze voor meerdere functies wordt gebruikt. Hang CO2-meters op in de verblijfsruimten van de kinderen. Als de meter boven de toegestane grenswaarde uitslaat, ga dan meer ventileren.

Bron: Facilitair en Gebouwbeheer