Containers maken een comeback: van noodklas tot prefabschool

Containerscholen: vooral in de grote steden schieten ze als paddenstoelen uit de grond. Een containerschool bouwen gaat immers razendsnel: in enkele maanden is zo’n gebouw instapklaar. Duurzame modulaire systeembouw is zelfs een volwaardig alternatief voor klassieke bouw, beweren voorstanders. Is dit dé oplossing voor het plaatstekort?

‘Containerklassen’ kan je de nieuwe generatie tijdelijke lokalen niet meer noemen. ‘Modulaire unit’ is het nieuwe toverwoord om het tijdelijke plaatstekort in het onderwijs op te vangen. De units zijn niet te vergelijken met de basic containerklas. Ze voldoen aan alle normen voor verwarming, verluchting, akoestiek … die voor gewone gebouwen gelden. Bovendien kan je ze moeiteloos samenvoegen tot een heuse containerschool. Dat bewijst de stedelijke lagere school voor buitengewoon onderwijs Morckhoven in Deurne. Met ruim honderd modulaire eenheden is het een van de grootste Vlaamse containerscholen.

Directeur Monique Van Oosterwyck is alvast enthousiast over haar tijdelijke onderkomen. “In februari kregen wij te horen dat we onze gebouwen moesten verlaten om plaats te maken voor een gewone basisschool. We zochten dus een snelle oplossing. Modulaire units bleken de enige haalbare optie.” Want hoewel je ook voor dit soort tijdelijke constructies een stedenbouwkundige vergunning nodig hebt, is de tijdwinst enorm. In twee maanden tijd verrees een hele nieuwe school. Wat Van Oosterwyck ervan vindt dat ze verbannen werd naar een ‘containerschool’? “Hoezo verbannen? We zijn hier beter af dan in ons vorige gebouw. Dat dateerde uit de jaren vijftig. Hier zitten we in een gloednieuw gebouw met alle moderne snufjes en comfort. Elk lokaal heeft zijn eigen aircosysteem om de temperatuur te regelen. Dankzij een ventilatiesysteem krijgen we constant gezonde, verse lucht. Onze refter is twee keer zo groot. En achter de school hebben we een eigen turnzaal. Daar konden we vroeger alleen maar van dromen. Veel leraren zijn wellicht jaloers op ons.”

Juf Kristel De Sutter was er aanvankelijk nochtans niet gerust in. “Wij waren bang dat we op een lap grond met havencontainers gingen terechtkomen. Maar we keken onze ogen uit toen we hier aankwamen. Het verschilt nauwelijks van een gewoon schoolgebouw. Op heel wat vlakken scoort het zelfs beter. Ik heb ook helemaal niet het gevoel dat ik lesgeef in een container. Het is bijna zonde om het maar tijdelijk te gebruiken. Dat je niet zomaar een gat in de muur kan maken om iets op te hangen, neem ik er graag bij.”

Dure affaire

Aan de school hangt een stevig prijskaartje: 3,35 miljoen euro. Dat is ongeveer evenveel als voor een gelijkaardige nieuwbouw. Toch is de containerschool een tijdelijke oplossing. Over ten laatste vijf jaar verhuist de school naar een nieuw gebouw op dezelfde site. “Morckhoven is een mobiele school”, legt Eva D’Hondt van het Stedelijk Onderwijs Antwerpen uit. “Dat zijn tijdelijke scholen waar kinderen in afwachting van nieuwe gebouwen maximaal vijf jaar les volgen. Dit schooljaar hebben we er tien gebouwd. Morckhoven is de grootste.”

Dat de mobiele scholen een dure affaire zijn, beseft D’Hondt maar al te goed. “We staan met onze rug tegen de muur”, legt ze uit. “Tegen 2025 verwacht Antwerpen 23.500 extra leerlingen. De scholen kunnen deze explosieve toename niet alleen bolwerken. We kunnen de kinderen toch niet op straat zetten? Bovendien kunnen we de units demonteren en in functie van de noden elders weer opbouwen. Die flexibiliteit is een enorme troef.”

Blokkendoos

Op een boogscheut van de stedelijke lagere school voor buitengewoon onderwijs Morckhoven ligt de lagere freinetschool De Pientere Piste van het GO!. Ook die school is volledig opgetrokken uit modulaire units. “Onze school bestaat nog maar twee jaar”, legt directeur Judith Corthouts uit. “Ze werd ook opgericht om een snel antwoord te bieden aan het plaatstekort.” Het gebouw ziet er nog zo goed als nieuw uit. Toch blijft het waarschijnlijk maar vijf jaar staan. “Op dezelfde site komt een nieuwbouw”, weet Corthouts. Hoewel ze een langer verblijf in de containerschool niet erg zou vinden, zal ze blij zijn als ze naar een nieuwbouw kan verhuizen. “Die kan je nog altijd beter aanpassen aan je eigen wensen en noden. Ook architecturaal kan je met een klassieke bouw meer kanten uit. Containers blijven hokjes.”

Dat vindt ook Geert Leemans van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). “Ik begrijp het enthousiasme van leraren die van een oud gebouw naar een nieuwe modulaire school verhuizen, maar architecturaal is de waarde van die ‘blokkendozen’ toch een stuk minder. Een schoolgebouw is veel meer dan infrastructuur. Het is een ontmoetingsplaats die voortbouwt op een onderwijsvisie in een pedagogisch project. Bij modulaire systemen zijn de mogelijkheden om dat in een gebouw te verwerken beperkter. Ze zijn vooral interessant voor scholen die snel voor een langere periode extra capaciteit nodig hebben.”

“Modulaire units zijn op langere termijn ook veel duurder dan een klassieke bouw”, waarschuwt Dirk Vanstappen, directeur van de Dienst voor Investeringen van het katholiek onderwijs. “Alleen de basispakketten zijn goedkoper. De meer geavanceerde units zijn even duur als een gewoon gebouw. Bovendien gaan ze maar half zo lang mee. We hebben nu al geld te kort voor infrastructuur. Voluit investeren in modulaire units lijkt me daarom niet slim. Je kan ze trouwens ook niet om het even waar neerpoten. Je hebt een groot stuk grond nodig. In de stad is dat niet altijd evident.”

Niet minderwaardig

Edwin De Ceukelaire, manager publiekprivate samenwerking bij de afdeling Infrastructuur van het GO!, gelooft wel heel sterk in de mogelijkheden van modulaire units. “Ze zijn een prima oplossing om flexibel in te spelen op de snelle toename van het aantal leerlingen in de grote steden. Ook als de toename slechts tijdelijk is, zijn modulaire eenheden een interessante optie. Want wat moet je met een grote nieuwbouw als het leerlingenaantal op middellange termijn weer zakt?” Dat modulaire units duur zijn, betwist hij. “Wij hebben een raamcontract met een fabrikant waardoor we de kosten aanzienlijk kunnen drukken. De units gaan bovendien veel langer mee dan vroeger en kunnen hergebruikt worden op een andere locatie.”

“Sommige types modulaire systeembouw zijn zelfs een evenwaardig alternatief voor een klassieke bouw”, weet De Ceukelaire. “Die systemen zijn bijna even duur als een gewoon gebouw. Maar ze gaan ook even lang mee en scoren op het vlak van energieverbruik en akoestiek zelfs beter. Zeker als het snel moet gaan, is modulaire systeembouw zeker te overwegen.” Dat nog maar weinig scholen daarvoor kiezen, heeft volgens De Ceukelaire vooral met perceptie te maken. “Veel mensen zien een container nog altijd als minderwaardig. Wellicht komt dat door de vele tijdelijke containers die veel langer zijn blijven staan dan aanvankelijk bedoeld. Maar daarmee kan je deze systemen absoluut niet vergelijken.”

Hinder beperkt

Een sterk staaltje van de mogelijkheden van modulaire systeembouw is het nieuwe gebouw van het Vesaliusinstituut van het GO! in Oostende. “In tien jaar tijd was ons leerlingenaantal verdubbeld”, legt directeur Guy Ghysels uit. “Modulaire bouw was de snelste oplossing. Na drie maanden was het gebouw van drie verdiepingen hoog helemaal klaar.” Ook het College Paters Jozefieten in Melle nam begin dit schooljaar zijn intrek in een nieuw modulair gebouw. Een bestaand houten prefabgebouw van bijna vijftig jaar oud ging onder de sloophamer en maakte op vier maanden tijd plaats voor een gloednieuw blok. “Voor subsidies moesten we nog te lang wachten”, zegt directeur Algemene Diensten Marc Vincent. “Dankzij een financiële injectie van de congregatie konden we sneller aan de slag.”

Aan beide projecten hing een prijskaartje van zowat drie miljoen euro. Evenveel als voor een klassieke bouw. “Maar het gebouw stond er wel veel sneller”, zegt Vincent van het college in Melle. “Door die manier van bouwen konden we hinder voor de rest van de school bovendien tot een minimum herleiden.” Over enkele jaren staat de vervanging van een ander gebouw op het programma. Vincent sluit niet uit dat de school dan opnieuw voor modulaire systeembouw zal kiezen. “Alle pistes liggen open maar de eerste ervaringen met ons nieuwe gebouw zijn alvast positief.” Ook Ghysels van het Vesaliusinstituut heeft alle vertrouwen in de duurzaamheid van het nieuwe gebouw. “Al blijft het afwachten. Het is een totaal nieuwe manier van bouwen. Er zijn geen voorbeelden van gelijkaardige constructies die er al veertig jaar staan.” Afspraak in 2050.

Bron: Klasse voor Leraren