Geld voor basisscholen gaat naar lege lokalen (NL)

Basisscholen zijn samen jaarlijks tussen de 6,7 en 17,5 miljoen euro kwijt aan leegstaande lokalen. De kosten lopen snel op, doordat het aantal basisschoolleerlingen met gemiddeld 1 procent per jaar daalt.

“Dat geld gaat dus niet naar onderwijs, het sijpelt weg”, zegt voorzitter Rinda den Bes­ten van de PO-Raad (koepel van basisscholen). “Dit is een groot probleem en niemand wil er eigenaar van zijn.”

Nu al is 8 procent van de schoolruimte overtollig, becijferde Daniël Vos, die begin dit jaar afstudeerde aan de TU Delft. Uit zijn onderzoek naar de ‘overmaat’ in het basisonderwijs blijkt dat in 2013 bijna tien miljoen vierkante meter aan onderwijsruimte beschikbaar was. Op basis van het aantal leerlingen was er 8,9 miljoen vierkante meter nodig.

“Wij vinden die 8 procent nog aan de voorzichtige kant”, reageert Den Besten. “In sommige gebieden gaat de leegstand richting 20 procent.” De gebruikelijke marge om schommelingen in het aantal leerlingen op te vangen is 4 procent.

Scholen draaien zelf voor de huisvestingskosten op. Ze krijgen daarvoor per leerling betaald, maar het gebouw kunnen ze niet meteen aanpassen op minder aanmeldingen. Ook lege lokalen kosten geld: Vos rekent, in samenspraak met advies- en ingenieursbedrijf Grontmij, daarvoor 18 euro per vierkante meter. Dat bedrag loopt op tot 47 euro als de school de overtollige ruimte blijft gebruiken en dus ook moet verwarmen, verlichten en schoonmaken.

Vos adviseert scholen niet te beknibbelen op onderhoud, omdat de staat van het gebouw voor ouders kan meewegen bij de schoolkeuze voor hun kind. “Sinds dit jaar zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor het buitenonderhoud. Je kunt er geen kinderen bij toveren, maar je kunt wel zorgen dat de onderwijskwaliteit zo hoog mogelijk is en dat het onderhoud op orde is.”

Dat geld gaat dus niet naar onderwijs, constateert Den Besten. “We laten zo een stiekeme bezuiniging toe op het onderwijs, omdat we slecht in staat zijn een antwoord te vinden op krimp. Onze wet- en regelgeving was altijd gericht op groei.”

Toch is de leegstand van lokalen niet typisch voor krimpgebieden, stelt Vos. “Ook in steden kampen scholen met teruglopende aantallen leerlingen. Openbare scholen hebben meer last van leegstand dan bijzondere scholen.”

In plaats van de scholen zelf zouden gemeenten verantwoordelijk moeten zijn voor de huisvesting, vindt Den Besten. “Ik snap dat ze daar niet op zitten te wachten, want een leeg lokaal kun je niet zo makkelijk verhuren. In de grote steden lukt dat soms nog wel met kinderopvang, een peuterspeelzaal of werkplekken voor zzp’ers. Maar in krimpgebieden zitten ze ook al met leegkomende bejaardenhuizen en bibliotheken.”

Bron: Trouw