Onderhoud scholen niet veel beter af bij gemeente

Leerlingen en leerkrachten kunnen zich moeilijker concentreren en hebben vaker ademhalingsproblemen. Ook scoort het algeheel welbevinden te laag. Dat is aan de orde van de dag in duizenden verouderde basisschoolgebouwen in Nederland. De oorzaak is de ondermaatse toestand van het gebouw. Dat zei Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, vorig jaar. Van een inhaalslag op het gebied van onderhoud is echter nog geen sprake. Gemeenten geven veel uit, maar vooralsnog niet aan de schoolgebouwen.

Dat is de praktijk in duizenden verouderde schoolgebouwen in Nederland. Verhagen riep op de gebouwen snel te renoveren. Als de gezondheid in het geding is, is renovatie en onderhoud niet alleen maatschappelijk gewenst, maar ook wettelijk verplicht op grond van de zorgplicht uit de Woningwet. In de afgelopen jaren is bij gemeenten regelmatig geld op de plank blijven liggen voor noodzakelijk onderhoud van deze intensief gebruikte en vaak oude panden. Nu mogen de scholen het zelf gaan doen. Het Kabinet hevelt sinds 1 januari per jaar 256 miljoen euro over naar schoolbesturen. Nu zijn zij verantwoordelijk voor de binnenkant én de buitenkant van de gebouwen.

‘Met die miljoenen uit Den Haag kunnen heel veel scholen een flinke verbeterslag maken. En dat is hard nodig’, benadrukt Verhagen nu nog maar eens. ‘Moeilijk is het niet. De onderwijsbesturen kunnen hun panden met een aantal simpele ingrepen aanzienlijk gezonder, energiezuiniger en comfortabeler laten maken. De vaak belabberde toestand van schoolgebouwen is schrikbarend. Meer aandacht is dus hard nodig. De problemen van het binnenklimaat op scholen zijn nog onvoldoende geland bij de politiek, bij de gemeenten en bij de schoolbesturen zelf. De toestand van het schoolgebouw heeft echt effect heeft op de leerprestaties. Terwijl we ‘rugzakjes’ geven aan leerlingen die minder presteren hebben we nauwelijks oog voor het effect van de gebouwen. Doe de dingen in de juiste volgorde. Zorg eerst voor een goede omgeving en kijk dan waarom sommigen minder presteren.’

Allerlaagste G-label
Bouwend Nederland heeft in 2013 al onderzoek laten doen naar de kwaliteit van schoolgebouwen. Ons land telt ongeveer 10.000 schoolgebouwen, waarvan 8.000 voor primair onderwijs. De gemiddelde leeftijd van de gebouwen ligt op veertig jaar, terwijl er nauwelijks nieuwe scholen gebouwd worden. Ook blijkt dat 75% van de scholen een energielabel heeft van hooguit C, maar vaak zelfs nog veel lager, rond F. Eén op de 4 heeft zelfs het allerlaagste G-label. Dat kost per school duizenden euro’s per jaar aan onnodige stookkosten.

Basisscholen schieten er gemiddeld 10.000 euro per jaar bij in, nu ze sinds januari al het onderhoud aan gebouwen voor eigen rekening moeten nemen. Dat heeft het Kenniscentrum ICSadviseurs berekend. Veel scholen krijgen minder leerlingen en klassen blijven daardoor leeg. Ook laat de kwaliteit van veel gebouwen te wensen over. Het al achterstallige onderhoud is sinds de overheveling alleen maar toegenomen.

Het Kenniscentrum onderzocht van 215 basisscholen verspreid over het land, de kosten van onderhoud. Ze blijken daar jaarlijks gemiddeld 34 euro per vierkante meter aan kwijt te zijn. De verwachting is dat die scholen in 2015 een vergoeding van slechts 28 euro per vierkante meter krijgen. Voor leegstaande meters – bijvoorbeeld door de krimp – ontvangen scholen niets. Dat zorgt voor een tekort van 20 procent, voor alle basisscholen in Nederland is dat jaarlijks dan zo’n 70 miljoen euro.

Kleine scholen extra hard getroffen
Kleine scholen (kleiner dan 1000 vierkante meter) worden extra hard getroffen. Die zijn volgens de berekening duurder in onderhoud dan scholen in grotere gebouwen. Daarnaast zijn oudere scholen, gebouwd in de periode 1966 – 1985, twee keer zo duur in het onderhoud als schoolpanden van na 2001.

Het Kenniscentrum concludeert dat de onderhoudsvergoeding niet voldoende is gestegen, terwijl er wel steeds strengere eisen zijn gekomen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en veiligheid. Daarnaast is een groot deel van de schoolgebouwen aan het einde van zijn levensduur. Daar wordt bij de vaststelling van de vergoeding te weinig rekening mee gehouden.

Veel schoolgebouwen zijn verouderd, het gemiddelde gebouw is bijna veertig jaar oud, klaagde de PO Raad (de sectororganisatie voor het basisonderwijs) al eerder. Het binnenklimaat van 80 procent van de scholen is matig tot slecht en gebouwen zijn niet meer geschikt voor moderne onderwijstoepassingen. Volgens de raad hebben gemeenten de afgelopen jaren flink bezuinigd op de gebouwen.

Jaarlijks hebben ze bijna 300 miljoen niet aan onderwijshuisvesting uitgegeven, hoewel dat geld er wel voor bestemd was. Binnen de oude regeling, die in januari is gestopt, gingen de gemeenten over nieuwbouw en het onderhoud aan de buitenkant, terwijl de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud aan de binnenkant. Er komt een overgangsregeling, om extra kosten voor schoolbesturen te compenseren.

Papieren rompslomp
Toine Janssen, bestuurslid Conexus in Nijmegen (30 basisscholen, 8000 leerlingen), vreest een verder papieren rompslomp. ‘Waar Nederland mee wordt geconfronteerd is dat als je nu je dak moet vervangen, je reserves moet aanspreken. Je hebt er nog niet voor kunnen sparen want je begint als school op ‘nul’. Of het gaat ten koste van het onderwijs. Bijvoorbeeld door grotere klassen, minder tijd voor begeleiding van zorgleerlingen of onderwijsvernieuwing.’

Maar de oude situatie was gewoon niet goed. Als school kon je het ene jaar je raamwerk laten schilderen, een jaar later kon de gemeente besluiten de kozijnen te vervangen. Dat alles nu in één hand komt, uit één potje, is veel logischer. Het probleem blijft dat het allemaal veel te karig is. Met achttien scholen zouden we dus jaarlijks bijna twee ton tekort komen. We zullen alles doen om te voorkomen dat ouders moeten meeschilderen of dat er na een regenbui emmers in de gangen komen te staan. Daarnaast mag en wil ik niet verder bezuinigen op leermiddelen en personeel. Maar het wordt gewoon steeds lastiger nette oplossingen te vinden.’

Bron: Facilitair & Gebouwbeheer