PO-Raad, VO-raad en VNG maken afspraken over onderwijshuisvesting

Door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel wordt publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting. De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben daarom de handen ineengeslagen en presenteren een gezamenlijk plan waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken. Het plan is deze week naar staatssecretaris Dekker (Onderwijs) en de Kamer gestuurd.

Op dit moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor de nieuwbouw van schoolgebouwen en scholen voor het onderhoud. Over renovatie zijn echter geen wettelijke afspraken gemaakt. Daarnaast ontbreken er regels die bepalen wie verantwoordelijk is voor vervangende nieuwbouw en verbiedt de wet schoolbesturen om onderwijsgeld te investeren in de nieuwbouw van scholen. Het gevolg hiervan is dat het huidige tempo waarmee scholen in Nederland worden aangepast of vervangen te laag is, zo wees het rapport van de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar uit.

Staatssecretaris Dekker erkent het probleem rondom de huisvestingsverantwoordelijkheden en heeft daarom de PO-Raad, VO-raad en de VNG gevraagd om met een gezamenlijk voorstel te komen over hoe onder meer renovatie geregeld moet worden.

Afspraken sectororganisaties

Met hun plan beogen de sectororganisaties de posities van gemeenten en schoolbesturen gelijk te trekken en de processen en middelen beter op elkaar af te stemmen. Een greep uit de voorstellen:

  • Alle gemeentebesturen worden verplicht om in samenspraak met de schoolbesturen een integraal huisvestingsplan (IHP) voor ten minste vijftien jaar vast te stellen;
  • Het IHP wordt in de wet opgenomen als onderdeel van het op overeenstemming gericht overleg en neemt daarbij de plaats in van de bestaande jaarcyclus. De gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting kan daardoor worden ingevuld door besluitvorming op basis van het IHP of door middel van volledige doordecentralisatie;
  • Alle schoolbesturen zijn verplicht een meerjarig onderhoudsplan (MOP) per schoolgebouw vast te stellen en voor de uitvoering daarvan middelen te reserveren (een voorziening te vormen);
  • De kwaliteitskaders voor het primair en voortgezet onderwijs en het bouwbesluit vormen de basis voor zowel het IHP als het MOP;
  • Renovatie wordt beschouwd als een grootschalige en integrale aanpak waardoor de levensduur van een schoolgebouw verlengd wordt met ten minste 25 jaar, voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit en het gebouw geschikt is voor het onderwijs van de toekomst;
  • Het bestaande investeringsverbod voor vervangende nieuwbouw en renovatie wordt versoepeld.

Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, toont zich verheugd met de voorstellen: “De gemaakte afspraken bieden schoolbesturen en gemeenten de kans om door betere samenwerking de kwaliteit van schoolgebouwen te verbeteren.”

De drie partijen zullen een handreiking opstellen die scholen en gemeenten ondersteunt in het maken van de afweging tussen het kiezen voor vervangende nieuwbouw of renovatie. Ook moet deze handreiking hulp bieden bij het verdelen van de kosten tussen schoolbesturen en gemeenten.

Afspraken niet genoeg, investeringen blijven noodzakelijk

De sectororganisaties besluiten hun plan met de constatering dat zowel gemeenten als schoolbesturen niet voldoende geld krijgen om kwalitatief goede onderwijshuisvesting te realiseren. De drie organisaties denk dat door de voorgestelde efficiëntere inzet van middelen weliswaar meer met hetzelfde geld gedaan kan worden, maar de inmiddels opgelopen achterstanden zullen er niet door worden opgelost.

Bron: PO-Raad