Scholen van morgen voor de scholieren van gisteren?

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt dat de Vlaamse overheid meteen in actie schiet en een langetermijnbeleid opzet voor de scholenbouw. Dit moet niet alleen het gebrek aan scholen oplossen. Het moet ook rekening houden met doorgedreven energiezuinigheid die de norm wordt voor alle gebouwen na 2020, en voor overheidsgebouwen na 2018.

Vlaanderen staat voor een demografische explosie, maar de regering houdt hiermee onvoldoende rekening. Zij lijkt niet te beseffen dat een beleid om de bevolkingsgroei op te vangen jaren nodig heeft om tot resultaten te leiden. We zien de effecten van dit gebrek aan vooruitziend beleid in de woningbouw. Nu wordt het zeer concreet zichtbaar in de scholenbouw. Antwerpen moet massaal containerklassen laten optrekken.

Eén miljard extra

Daarom vraagt de VCB dat de overheid onmiddellijk een langetermijnbeleid definieert voor scholenbouw. In 2006 zette de regering Scholen van Morgen op. De bedoeling was om scholen te bouwen met alternatieve financiering in een PPS-constructie (publiek-private samenwerking). Het is duidelijk dat Scholen van Morgen niet volstaat om het huidige probleem op te lossen. Het initiatief bewijst dat de overheid niet mag dralen. Het heeft zes jaar geduurd voor Scholen van Morgen tot resultaten leidde. Als de regering niet onmiddellijk in actie schiet, zullen de nodige nieuwe scholen er pas zijn als de kinderen de schoolbanken ontgroeid zijn: de school van morgen voor de scholier van gisteren.

Marc Dillen (directeur-generaal VCB): “Er is zeker nog anderhalf miljard euro extra nodig bovenop Scholen van Morgen. Bij de investeringen moet de overheid maximaal beroep doen op de privésector, met flexibele PPS-constructies waarin plaats is voor de creativiteit van aannemers.”

Ook energiezuinigheid vraagt investeringen

Wie op de lange termijn denkt, denkt ook aan 2018. Na dat jaar moeten nieuwe overheidsgebouwen – waarbij ook de gemeenschapsscholen horen – bijna energieneutraal zijn. Twee jaar later, na 2020, moeten alle nieuwe gebouwen bijna energieneutraal zijn. Dat legt Europa op. Ook daarop moet de Vlaamse overheid zich nu al organisatorisch beginnen voor te bereiden. Bijna energieneutraliteit vraagt op zich bijkomende investeringen. Maar er bestaat een instrument dat de overheid kan gebruiken: de ESCO of Energy Service Company.

Marc Dillen: “Een ESCO kan bijvoorbeeld functioneren als derde-betaler. Hij schiet de kosten van het energiezuinig maken voor en met de opbrengst van de lagere energiefactuur wordt hij terugbetaald. Op federaal niveau is Fedesco al actief. In Vlaanderen kan het Vlaams Energiebedrijf hierin een grote rol spelen.”

Bron: NAVweb