Schoolgebouw staat gemiddeld 69 jaar

Het huidige beleid rondom onderwijshuisvesting bevat onvoldoende prikkels om de ruim 8000 bestaande basisschoolgebouwen aan te passen aan de eisen van deze tijd. Bovendien ontbreken exacte cijfers over het precieze aantal schoolgebouwen. Dat is de conclusie die de Algemene Rekenkamer trekt in het rapport ‘Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs de praktijk gecheckt’.

Een gemiddeld schoolgebouw gaat in Nederland 69 jaar mee, zo becijferde de Algemene Rekenkamer. In principe zijn gemeenten en schoolbesturen samen verantwoordelijk om de gebouwen up-to-date te houden of tijdig te vervangen. Maar de praktijk blijkt weerbarstig. In de meeste gevallen ontbreken de financiële middelen voor nieuwbouw of renovatie, maar de Algemene Rekenkamer voert ook aan dat landelijke wet- en regelgeving de ambities soms in de weg staan.

Eisen onduidelijk
Zo stelt de Rekenkamer dat de hoge ambities van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen rondom schoolgebouwen niet doorklinken in de wet- en regelgeving. Bewindslieden mogen dan roepen dat “goede schoolgebouwen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs” en dat ze daarnaast “een gezond binnenklimaat hebben, een duurzame exploitatie en aansluiten bij de eisen van deze tijd”, in de daadwerkelijke eisen die aan schoolgebouwen worden gesteld is van dat alles niets terug te vinden.

Daarin staat alleen dat “een minimaal vloeroppervlak vereist is; dat schoolgebouwen, net als andere gebouwen, moeten voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit 2012 en de Wet milieubeheer; dat schoolbesturen hun gebouwen behoorlijk moeten onderhouden; en dat gemeenten voor onderwijshuisvesting een bekostigingsplafond moeten vaststellen dat redelijkerwijs kan voorzien in de huisvestingsbehoefte van scholen.”

De Rekenkamer roept de minister dan ook op de ambities duidelijker in nieuwe regels te vervatten.

Gegevens niet beschikbaar

Maar misschien wel het grootste obstakel in de gigantische opgave om Nederlandse scholen aan te passen aan de eisen van deze tijd is dat een aantal basale gegevens over schoolgebouwen nauwelijks beschikbaar is. Het is bijvoorbeeld onbekend hoeveel schoolgebouwen er zijn in Nederland, welk vloeroppervlak ze hebben en wat de bezettingsgraad is.

De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (bag) van het Kadaster bevat weliswaar gegevens over schoolgebouwen, maar de Algemene Rekenkamer heeft zijn twijfels over de betrouwbaarheid. Zo komen er in de database meerdere schoolgebouwen met een vloeroppervlak van één vierkante meter.

Ook blijkt uit onderzoek dat gemeenten hun uitgaven en inkomsten voor onderwijshuisvesting en overige educatie niet allemaal op dezelfde manier boeken. “Complete en betrouwbare data over de huidige onderwijshuisvesting in Nederland zijn voor alle partijen van belang,” stelt de Rekenkamer. “Dat geldt zeker in de komende jaren in het licht van de geschetste transitie-opgave. Betere data over bijvoorbeeld onderhoudsniveau, energiezuinigheid, bouwjaar, aantal vierkante meters per leerling en uitgaven kunnen helpen.”

Bron: Cobouw