Strenge energienormen voor nieuwe Vlaamse scholen, ambitieuze doelstellingen voor aanpassing van bestaande scholen

Als het van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke afhangt, zal elk schoolgebouw dat na 1 januari 2008 gebouwd wordt, moeten voldoen aan de strenge E70-norm. Dat wil zeggen dat het 30% energiezuiniger moet zijn dan wat de huidige norm (E100) oplegt sinds 1 januari 2006 (en ongetwijfeld nog veel zuiniger in vergelijking met veel bestaande gebouwen). De minister wil de strengere normen niet alleen opleggen voor de 211 projecten die de komende jaren via alternatieve financiering gebouwd worden, maar ook voor de projecten die de klassieke weg volgen. De meerkost wil hij volledig vergoeden.

Daarnaast wil Vandenbroucke dat de energiezuinigheid van àlle scholen verhoogd wordt, aan de hand van ambitieuze doelstellingen die door een task force vastgelegd zullen worden met als horizon het jaar 2020. Een voorbeeld van een mogelijk streefdoel, is dat er tegen 2020 geen enkele school meer zou zijn met enkel glas of zonder dakisolatie. Ten slotte voorziet hij ook middelen om, bij wijze van proef, vier passiefscholen te bouwen. Dat zijn scholen die nagenoeg geen verwarming nodig hebben.

Niet alleen de industrie en de huishoudens kunnen bijdragen tot het behalen van de Kyotonorm. Ook scholen kunnen helpen. Door slim te investeren, kunnen ze tegelijk besparen op hun energiefactuur. De werkingsmiddelen die zo vrijkomen kunnen ze bv. pedagogische zaken gebruiken, wat dan weer de onderwijskwaliteit ten goede komt.

Minister Vandenbroucke heeft het voorbije jaar al heel wat acties ondersteund om de scholen daarbij te helpen (zie bijlage 1). Op een studiereis naar Duitsland, waar hij met een dertigtal schooldirecties vier zogenaamde “passiefscholen” bezocht, maakte Vandenbroucke een reeks nieuwe maatregelen bekend.

1. Bestaande scholen aanpassen tegen 2020

In 2006 was 10 miljoen euro beschikbaar voor de subsidiëring van energiebesparende investeringen in bestaande scholen. De scholen hebben de subsidies vooral gebruikt voor de installatie van energiezuinige verwarmingsketels, thermostatische kranen en verbeterd dubbel glas, om leidingen, muren en daken te isoleren en om spaarlampen en spaardouchekoppen te kopen. Het budget voor deze investeringen is in 2007 opgetrokken tot 25 miljoen euro.

Minister Vandenbroucke vindt het cruciaal dat voldoende middelen vrijgemaakt worden voor energiebesparing in bestaande gebouwen. Uit een studie van VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) uit 2001 blijkt immers dat tot 60% van de scholen niet over dubbel glas beschikt en tot 70% van de scholen geen dakisolatie heeft. Onderzocht moet dus worden of het mogelijk is om, b.v. tegen 2020, in alle scholen dubbel glas en dakisolatie te hebben.

Vandenbroucke richt daarom een task force op die dergelijke doelstellingen op basis van wetenschappelijke gegevens en het nodige overleg met het onderwijsveld kan vastleggen en een plan van aanpak moet opstellen met als horizon 2020. Om de huidige situatie correct in te kunnen schatten en op te volgen, krijgt het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) de opdracht dringend werk te maken van een infrastructuurdatabank.

2. Alle nieuwbouwscholen naar E-peil E70

Bij nieuwbouw moet vanzelfsprekend veel aandacht gaan naar energiebesparing. De energiezuinigheid van een gebouw drukt men uit met een E-peil. Sinds 1 januari 2006 moeten scholen een E-peil van E100 halen om aan de wettelijke eisen te voldoen. Uit een studie van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) blijkt echter dat het economische optimum voor energiezuinig bouwen op E70 ligt: de som van de investeringskosten én de energiekosten is er minimaal (zie bijlage 2).

Minister Vandenbroucke zal daarom voorstellen de scholen te verplichten om dit E70-peil te halen. Zo kunnen ze tot 30% energie besparen. In zijn voorstel krijgen de scholen de investeringskosten die hiervoor nodig zijn volledig terugbetaald via subsidies. De jaarlijkse kostprijs van deze operatie wordt geraamd op 7 miljoen euro voor de periode 2008-2011 en op 2,2 miljoen euro vanaf 2012.

3. Bouw van vier passiefscholen

Gebouwen kunnen zo ontworpen en geïsoleerd worden dat ze (bijna) geen verwarming nodig hebben. In Duitsland en Luxemburg staan al heel wat dergelijke passiefscholen. In België zijn er slechts enkele voorbeelden van passiefgebouwen (o.a. welzijnsinstelling De Zande in Beernem). De minister roept scholen op een project in te dienen. Het is de bedoeling in de nabije toekomst vier passiefscholen te bouwen als voorbeeldproject. De meerkost voor de bouw van deze passiefscholen (ca. 18%) zal de overheid subsidiëren. Een raming leert dat het om een totale extra uitgave van 3 mln euro kan gaan.

4. Oprichting task force energiezuinige scholenbouw

De minister zal zijn plannen voorleggen aan een task force onder voorzitterschap van Jan Adé, gepensioneerd directeur-generaal van het ministerie van Onderwijs en Vorming. In deze werkgroep zullen ook de onderwijskoepels vertegenwoordigd zijn. Het is de bedoeling dat de task force streefdoelen uitwerkt en nadenkt over de praktische uitvoeringsmodaliteiten van de maatregelen die daarmee samenhangen.

Bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs